Milan van Wersch en George Deswijzen zetten zich in voor een goed georganiseerd, duurzaam en harmonieus wielertoerisme in Zuid-Limburg
George is niet alleen organisator van kleinere wielerevenementen, maar ook communicatieadviseur. Hij speelt een belangrijke rol in het informeren van bewoners, (agrarische) bedrijven en grondeigenaren over wielerevenementen. Daarnaast legt hij als wielerfotograaf de dynamiek en passie van de sport vast.
Milan, actief bij Limburg Cycling sinds 2016, heeft sinds 2011 gewerkt aan het vormgeven van een consistent beleid voor wielertoertochten, dat sinds 2013 met succes wordt uitgevoerd. Voorheen was er geen gemeentelijk beleid ten aanzien van wielertoertochten. Elke gemeente hanteerde haar eigen regels. Mede dankzij Milans inspanningen is daar verandering in gekomen: iedere organisator van een toertocht meldt zich nu bij hem, waardoor er een geordende structuur is ontstaan.
Kunnen jullie meer vertellen over deze ontwikkeling?
Milan: ‘Dit is een unieke ontwikkeling in het Heuvelland, die we niet zien bij andere groepen zoals autotoertochten, hardloopevenementen en wandelingen. Belangrijk om te weten is dat toertochten niet lukraak georganiseerd worden. Er gelden strikte regels, zoals een maximumaantal toertochten per jaar en een maximum aantal deelnemers. Zo voorkomen we dat mensen ieder weekend een toertocht langs de deur hebben. Tien jaar geleden hebben we een nulmeting gedaan. Sindsdien zien we een afname van het aantal toertochten. Ook het aantal deelnemers bij grotere toertochten van meer dan 1000 deelnemers is met maar liefst 35% gedaald.
Waar komt die frustratie dan vandaan? Een groot deel van de frustratie komt vooral door niet-georganiseerde fietsers. Veel mensen halen georganiseerde toertochten en informele fietsclubjes door elkaar. Het is belangrijk om dit verschil te erkennen. Bij goed georganiseerde wielertoertochten is rekening gehouden met de omgeving en het milieu. De regels worden door de organisatie strikt gehandhaafd en hinder wordt zoveel mogelijk voorkomen. Daarnaast hebben de e-bikes een grote groep nieuw fietspubliek aangeboord dat voor extra drukte zorgt.'
Wat komt er allemaal aan bod bij het beleid en de organisatie van een wielertoertocht?
Bij de beleidsvorming en organisatie van een wielertoertocht komt heel wat kijken. Het proces is uitgebreid en zorgvuldig, ontworpen om de impact op de lokale gemeenschap te minimaliseren en een positieve ervaring voor de deelnemers te garanderen. Dit zijn enkele aspecten die Limburg Cycling in acht neemt.
Coördinatie met Limburg Cycling
- Organisatoren melden hun voorgenomen toertocht met datum en routes aan bij Limburg Cycling, waarna er wordt gekeken of het binnen het beleid past.
- Ze worden geïnformeerd over gelijktijdige evenementen, processies, en werkzaamheden om overlappingen te voorkomen. Ook is er een maximaal aantal toertochten per jaar aan de hand van 250, 1000 en 5000 deelnemers. Zo mogen er maximaal drie toertochten met 5000 of meer deelnemers worden georganiseerd.
- Informatie wordt verstrekt over straten en hellingen die vermeden moeten worden, in lijn met het beleid.
- Pas na akkoord op alle punten wordt een vergunning voor de toertocht verstrekt.
Wedstrijdelement verbod
- Sinds 2013 is het wedstrijdelement verboden om de focus te leggen op het genieten van de tocht. Snelheid is niet belangrijk.
- Dit beleid stimuleert het gebruik van voorzieningen zoals toiletten en pauzeplekken.
Afvalbeheer
- Bij de pauzeplekken en 100 meter daarna worden extra afvalbakken geplaatst om de omgeving schoon te houden.
- Eten en fruit worden vooraf uit de verpakking gehaald en waar mogelijk voorgesneden aangeboden om ervoor te zorgen dat er zo weinig mogelijk afval ontstaat.
- Er worden opruimacties georganiseerd na het evenement om te verzekeren dat de route schoon achterblijft.
Verantwoordelijkheid van de deelnemers
- Deelnemers dragen een rugnummer, wat helpt bij het identificeren van individuen die zich niet aan de regels houden. Er wordt actief gecontroleerd op het gedrag van de deelnemers, en ook omwonenden kunnen melding maken van overlast met behulp van het rugnummer.
Milan: ‘De groeiende irritatie richting fietsers tijdens toertochten kan soms leiden tot onterechte beschuldigingen. Een opvallend voorbeeld hiervan is de veronderstelling dat fietsers verantwoordelijk zijn voor zwerfafval langs routes, zoals weggegooide bidons of verpakkingen van voedsel. Echter, het idee dat een wielrenner onderweg een bidon zou weggooien, strookt niet met de werkelijkheid. Daarnaast circuleren er soms foto's van zwerfafval, zoals lege zakken chips of bakjes druiven. De eerste wielrenner of mountainbiker met een bakje chips moet nog gevonden worden denk ik.’
Samenwerking en communiceren met álle betrokken partijen
Milan en George werken nauw samen met lokale en regionale overheden, en andere betrokken partijen, om wielertoertochten te coördineren en bewoners en bedrijven te informeren. Deze samenwerking is enorm belangrijk voor het minimaliseren van overlast.
George: 'Wij moeten dit gebied leefbaar houden, voor mensen die hier wonen, werken en recreëren. De meeste mensen weten niet wat allemaal vooraf gaat aan het organiseren van wielerevents. Er ligt een duidelijke visie en plan van aanpak. Dit omvat onder andere gesprekken met gemeenten, boeren, natuurbeheerders, omwonenden en bedrijven langs de route. Deze inspanningen zijn gericht op het vooraf informeren van betrokkenen over de routes en de maatregelen die worden genomen om hinder te beperken. Door proactief problemen en zorgen aan te pakken, verminderen we voor het grootste deel de ervaren overlast.
Een voorbeeld van de praktische aanpak is te zien tijdens Gravel Fondo Limburg, waarbij 40 kilometer aan voornamelijk landwegen worden afgesloten om de veiligheid van de wedstrijdrijders te garanderen. Zo werken we met verkeersregelaars uit de buurt die de regio kennen, hebben we motards in dienst die op bepaalde locaties bestemmingsverkeer begeleiden naar hun bestemming en worden routes zo aangelegd om de overlast tot een minimum te beperken. Zo houden we rekening met de belangen van lokale bewoners en bedrijven.’
Enkele voorbeelden van belangrijke samenwerkingen:
- Terreineigenaren worden ruim van tevoren geïnformeerd over aankomende evenementen en eventuele wegafsluitingen. De route en de geschatte doorkomsttijden worden op straatniveau gedeeld, waardoor terreineigenaren hiermee rekening kunnen houden in hun planning.
- Bewoners worden uitgebreid geïnformeerd door middel van bewonersbrieven en persoonlijke gesprekken.
- Er wordt nauw samengewerkt met landbouworganisaties en natuurbeheerders om de impact op de natuur- en landbouwgebieden te minimaliseren. Gesprekken met loonwerkers dragen bij aan conflictvermijding zodat belangrijke landbouwactiviteiten, waaronder de grascampagne, zo min mogelijk gehinderd worden. Het missen van de eerste snede gras kan namelijk significante gevolgen hebben voor de opbrengst en kwaliteit van het veevoer.
Naarmate de druk op het Heuvelland toeneemt, wordt het duidelijk dat alleen door samenwerking, respect en wederzijds begrip irritaties verminderd kunnen worden en de leefbaarheid voor iedereen kan worden verbeterd. Bewustwordingscampagnes over houding en gedrag zijn essentieel, net als het bieden van alternatieve, minder drukke routes.
Milan: ‘Een samenhangend beleid voor fietsinfrastructuur kan ook bijdragen aan het oplossen van de problemen. Dit kan onder meer bestaan uit de aanleg van fietstunnels, vrijliggende fietspaden en fietswegen die mooi in het landschap passen.’
Door al deze maatregelen te nemen, streven Milan en George naar een duurzaam evenwicht waarbij de belangen van alle partijen worden behartigd en het Heuvelland een plek blijft waar zowel bewoners als bezoekers van kunnen genieten.